Door Christa Krommenhoek

Op 29 oktober 1987 is mijn moeder 41 jaar en staat aan de zijde van mijn vader. Hij heeft vanuit het niets een glanzende succesvolle carrière gemaakt als zanger. Deze avond is de enige keer dat mijn moeder niet meerijdt naar een optreden. Mijn vader krijgt een zwaar auto-ongeluk, hij valt 100 meter voor ons huis in slaap en rijdt tegen een boom. Vanaf dat moment zal haar leven anders zijn. In de pers is het groot nieuws, iedereen is aangeslagen en volgt nauwlettend de berichten.

christaAls blijkt dat mijn vader een hoge dwarslaesie heeft zegt mijn moeder het volgende: “jij hebt je armen, ik heb de benen.” Zij en vele andere mensen hebben nog nooit van het woord gehoord, maar nu weet heel Nederland wat een dwarslaesie is. Tien weken op de intensive care naast zijn bed, van de ochtend tot de avond, het stimuleren van het zelf ademen en het weer opnieuw leren praten. Ook kijkt ze de techniek van de fysiotherapeut af en doet zij de oefeningen in de avond, waardoor hij niet stikt. Na deze weken zal ze een jaar lang iedere dag op en neer rijden naar het Roessingh, het revalidatiecentrum waar hij verblijft. Heel Nederland volgt de ontwikkelingen en vooruitgang in de pers en mijn moeder verovert met haar zorgzaamheid, het zichzelf wegcijferen en haar trouwheid vele harten. Met haar positieve inslag en haar krachtige uitstraling kijkt ook in het Roessingh iedereen tegen haar op. Ze sleept mijn vader erdoorheen en zal haar eigen verdriet alleen tonen als ze met de stofzuiger door het huis gaat.

In het revalidatiecentrum praat ze met andere patiënten, pept ze op en geeft ze advies of een luisterend oor. In oktober 1988 mag mijn vader weer naar huis en begint hun nieuwe leven. Stap voor stap trekt ze hem uit alle ellende mee en voorzichtig gaat hij weer optreden en platen uitbrengen. Regionaal en landelijk verschijnt hij weer in de media, doet televisieoptredens of concerten. Dit alles op aangepaste wijze. Ze heeft al achtentwintig jaar een dagtaak aan de verpleging en de persoonlijke zorg alsmede de begeleiding die hij nodig heeft. Nooit klaagt of verzaakt ze haar taak, ondanks haar eigen lichamelijke achteruitgang.

Ze belt of praat vaak met anderen die haar vertellen of schrijven over hun eigen lichamelijke of geestelijke problemen. Ze probeert goed te luisteren en vertelt hoe zij het zelf ervaren hebben. Het geeft de mensen een gevoel van verbondenheid, waaruit ze troost en kracht kunnen putten. Ook voor de ouderen en gehandicapte kinderen of volwassenen waar mijn vader vaak belangeloos voor optreed heeft ze een glimlach, een luisterend oor of een bemoediging.

Mijn moeder is in deze achtentwintig jaar net zo beroemd geworden als mijn vader. Een soort publiekelijk icoon op het gebied van mantelzorg. Ze heeft samen met mijn vader laten zien hoe je om kan gaan met tegenslag in je leven. Dat positief denken en dankbaar zijn voor wat je hebt je heel ver kunnen brengen. Maar ook wat ieder mens zou kunnen bereiken eventueel met ondersteuning van goede mantelzorg. Zoals haar huisarts tegen mij zei: “Met een veelvoud van ‘Jokes’ in Nederland zouden we de ideale ‘participatiemaatschappij’ hebben.”

Het zo verdiende lintje wat we aanvroegen werd echter niet gehonoreerd.
Een echte mantelzorger werkt gelukkig ook zonder lintje.
Maar met een gouden hart.

Bijna zeventig jaar. Mijn alles. Mijn voorbeeld. Mijn trots. Ze oogt jong.
Mijn moeder is een meisje. Versleten in haar botten. Maar gedragen door wilskracht.
Steeds meer eigen pijn. Maar doorgaan zal ze. Opgeven is geen optie.
Dat staat niet in haar woordenboek.
De taal van haar leven. Kracht, positief, doorgaan.
Een hart van goud dat versierd zou moeten met een lintje.
Mijn moeder.

Christa Krommenhoek
www.lifeofchrisje.nl